Maand archief: « Vorige | Volgende »

  • december 2003
    · In en rond Sluis

26 december 2003

In en rond Sluis

Het voormalig molencomplex bij Sluis
Eens is het gebied van de Vijfherenlanden rijk aan poldermolens geweest. De Vijfherenlanden beschikte voor de waterafvoer over een boezem ‘de Oude Zederik’ waarover overtollig water bij het buurtschap Sluis doormiddel van een molencomplex op de Lek werd geloosd. Dit complex bij Sluis heeft een bemaling via twee hoge boezems gekend. De ene boezem was buitendijks gesitueerd waarbij via een sluis van de Oude Zederik aangevoerd water werd bemalen met vijf bovenmolens. De andere boezem bevond zich binnendijks in de polder en omvatte acht boezemmolens waarbij water via een andere sluis op de Lek werd afgevoerd. In Sluis stond binnendijks ook nog een koren molen. Het panorama over de molens bij het Sluis moet een indrukwekkend beeld hebben opgeleverd, dat niet onderdeed voor het beroemde molencomplex te Kinderdijk.

Ontstaans geschiedenis
In de vroege historie bestond de polder uit veenmoerassen. Deze veenmoerassen werden tussen de 10e eeuw en de 13e eeuw ontgonnen. Er werden watergangen en wegen aangelegd om het gebied te ontsluiten te ontwateren. Om de polder tegen wateroverlast te beschermen werden er kaden langs de rivieren aangelegd. Aanvankelijk was het voldoende het water uit de polder doormiddel van een uitwateringssluis bij eb op de rivier te lozen. Voorzover men niet kon lozen op de grote rivieren werd gebruik gemaakt van de kleinere rivieren als boezem voor de afvloeiing van het overtollige water zoals de Zederik. Dit veen riviertje stroomde van Vianen naar Arkel waar het uitmondde in de Linge. Aangezien de Linge ook het water van de polders in de Betuwe moest afvoeren naar de Merwede bij Gorinchem, liep de afvloeiing van het boezemwater niet altijd naar wens. Om de waterafvoer te verbeteren werd er in 1370 besloten tot het graven van een watergang vanuit de Zederik te Meerkerk naar de Lek bij Sluis. Deze watergang werd de Oude Zederik genoemd. Na 3 jaar was hij voltooid en op 28 oktober 1373 verleende de hertog Albrecht van Beieren toestemming om de Lekdijk bij Ameide te doorgraven en er een sluis te maken. Het buurtschap dat bij deze sluis ontstond werd ‘Sluis’ genoemd en de watergang door de uiterwaarden naar de Lek, het ‘Sluise Gat’.

Door de stijging van de rivierwaterstand en de inklinking van het land nam de wateroverlast voortdurend toe. De afwatering van de polders die op de Zederik loosden werd gewijzigd. Moest het water voorheen op natuurlijke wijze op de boezem afvloeien, omstreeks 1461 verschenen de eerste windwatermolens langs de Zederik. Het aantal nam toe, mede door toetreding van nieuwe polders tot de boezemgemeenschap. De vrije lozing op het buitenwater van de Zederik boezem verliep steeds moeilijker door verdere stijging van het rivierpeil en inklinking van de veenlaag in de polder ondergrond. Daarom liet men aan de uitmonding van de boezem bij Sluis in 1566 een zestal achtkantige watermolens bouwen. Via een aparte sluis, oostelijk gelegen van de reeds bestaande voor vrije uitwatering, kregen deze buitendijkse molens het boezem water aangevoerd.

Op 21 februari 1635 ging de dichtst bij de Lek staande molen door ijsgang verloren. Deze molen werd niet meer herbouwd. De overige vijf molens deden dienst tot het jaar 1672. Toen staken Franse militairen de molens in brand. Een brandde tot de grond toe af, de overige vier werden zwaar beschadigd en zeven jaar later geheel gesloopt. Gedurende enige jaren vertoonde de Lek een lage waterstand en de beperkte middelen van de verarmde bevolking liet het niet toe de molens weder op te bouwen.

Door het graven van het Pannerdens Kanaal in de periode 1701-1707, waardoor meer water naar de Rijn en dus ook de Lek kon stromen, steeg het peil in de Lek opnieuw, met als gevolg veel wateroverlast in de polders.

Op 22 juli werd besloten de vijf nieuwe boezemmolens te herbouwen. Op 4 september 1739 volgde de aanbesteding van de vijf achtkantige watermolens buitendijks bij Sluis. Het hele project was in het voorjaar 1740 gereed, zodat vanaf die tijd de Zederik polders weer werden bemalen door boezemmolens bij Sluis.

Zicht op de buitendijkse molens rond 1740 Zicht op de buitendijkse molens en het sluise gat rond 1740

Toch bleek de ontwatering in de loop van de jaren niet voldoende. In 1761 werd besloten het bestaande boezemgemaal van vijf molens met een achttal uit te breiden. Buitendijks was hiervoor geen ruimte aanwezig, zodat de hoge boezem binnendijks moest komen. Hiertoe werd een zijarm gegraven aan de Oude Zederik. Het land tussen de zijarm en de Oude Zederik werd van een dijk voorzien om het te gebruiken als bergboezem. Aan de waterloop rondom de dijk werden de molens gebouwd. Op 25 maart 1763 vond de aanbesteding plaats van het graven van een uitwateringsvliet door de uiterwaarden van de Lek en de bouw van een sluis in de Lekdijk ten oosten van de sluis van het buitendijks gemaal.

Kaart uit 1763 Kaart uit 1763

De Zederik polders hadden nu de beschikking over 13 boezemmolens bij Sluis, welke het water afvoerden dat 23 poldermolens van de Zederik polders aanvoerden.

Korenmolen op Sluis In Sluis stond ook een korenmolen op de Lekdijk die in 1715 is gebouwd.

De molen van Bor De molen van Bor werd in 1913 gekortwiekt en na een hevige brand in 1972 afgebroken.

De 13 boezemmolens in combinatie met de korenmolen van op de Lekdijk in Sluis en de in de omgeving staande poldermolens vormden een minstens even indrukwekkend molencomplex als we nu nog kennen te Kinderdijk. De schoonheid van het rivierenland rond Ameide was eveneens geroemd.

Buitendijks molencomplex Zicht op het buitendijkse molencomplex bij Sluis vanaf de andere rivier oever, in het midden het sluise gat, rechts Ameide.

Zicht op de Lek Zicht op de Lek, slot van Herlaer links en Tienhoven rechts

Einde van het molencomplex bij Sluis
In 1826 werd de Zederik van rijkswege verbreed en doorgetrokken tot in de Lek bij Vianen als onderdeel van de vaarweg van Amsterdam naar de Merwede. Bij Vianen werd hierin een schutsluis gebouwd. De boezem ontving bij het schutten extra water wat nadelig was voor het peil. Voor de uitwatering werd door het rijk een stoomgemaal te Arkel gebouwd.

De hoge verwachtingen van dit gemaal werden gedemonstreerd door het in 1826 genomen besluit de 5 buitendijkse boezemmolens bij Sluis buiten gebruik te stellen en de binnendijkse molens voor afbraak te verkopen. Ondanks vele protesten viel nog in 1828 het besluit over te gaan tot sloop van de resterende 5 buitendijkse molens. Daarmee verdween dit interessante molencomplex uit het landschap. Een van de sluizen voor vrije afwatering werd in 1762 afgedamd, de overige waarschijnlijk in 1826-1828. Die van het buitendijkse gemaal is later weer geopend, maar definitief gedicht bij de bouw van het stoomgemaal te Sluis.

Kaart uit 1832 Kaart uit 1832

Het sluise gat werd in deze periode vrijwel geheel met riet gevuld, met aan de kop tegen de dijk een loswal die mogelijkheid bood tot het afmeren van kleine schepen voor het laden van wilgentenen. Ook is een klein bebost stukje te zien op de kaart uit 1832 dat de lokale benaming ‘Den Dakel’ droeg.

Zicht op het Sluise Gat Zicht vanuit het Sluise gat op Ameide en de Lek

Stoomgemaal
Als gevolg van de bouw van een tweede sluis in het Merwedekanaal te Vianen was bij Sluis weer een boezemgemaal noodzakelijk. In 1892 werd een stoomcentrifugaal gemaal met machinistenwoningen gebouwd. De uitmonding van het gemaal werd gevormd door 2 buizen welke het boezemwater in de kop van het sluise gat onder een natuurstenen kade uit loosden. Het stoomgemaal deed dienst tot 1946. Toen werd het overbodig door de ingebruikneming van het nieuwe gemaal in Hardinxveld.

Sluis Links het gemaal in het midden de korenmolen en rechts het dijkbewakinghuis.

Sluis 2003
Vanuit de bocht in Sluis zijn de omtrekken van het oude sluise gat nog steeds herkenbaar als een uitgestrekt wuivend riet veld, welke begint achter het voormalig dijkbewakinghuis van het Dijkcollege Hoogheemraadschap Alblasserwaard en Vijfherenlanden, en eindigt in de Lek. Ook de boompartij ‘Den Dakel’ is nog goed herkenbaar.

Oude watergangen zichtbaar De watergangen van het buitendijkse molencomplex zijn nog steeds zichtbaar.

Uitzicht Het uitzicht en de zonsondergang in de Lek zomers zijn zoals in de vroegere tijden adembenemend.

Zonsondergang Zonsondergang met zicht over het riet en de Lek in de verte.

Ingezonden door Maarten Krever om 15:11 uur | Reacties (0) | Terug naar boven