29 december 2004
19 december 2004
Avond
‘Habe ja doch nichts begangen, das ich Menschen sollte scheun?’, vraagt de eenzame zwerver zich af, in Schubert’s lied ‘Der Wegweiser’. Een lange reis te gaan, de winter tegemoet. Aan zonsondergangen verbinden veel mensen een dergelijke overpeinzing. De natuur houdt de adem in, geeft aan het einde van de dag nog één intens gebeuren voordat het donker opkomt. Het begin van de winter heeft de belofte in zich van pakken sneeuw en ijs, van krakende schotsen op het water, van de keiharde helderheid van een dag met vorst.
Feest voor de winterschilder! Laat ze komen, die dagen waarop mijn vingers zó stijf zijn dat ik een tang nodig heb om de verf uit de tube te krijgen. Komop sneeuw, waar blijf je?